Nieuws
Hoe boeren zoet water proberen vast te houden
“De laatste zeven jaar is het vechten tegen de droogte”, zegt boomkweker Hans Huijbregts (52). Hij investeert daarom steeds meer in methoden om het regenwater vast te houden voor droge maanden.
Huijbregts kweekt struiken zoals laurier, schijnhulst (osmanthus) en glansmispel (photinia). Hij werkt op 70 hectare op de Brabantse zandgronden in de buurt van Zundert.
Door klimaatverandering komen droge zomers vaker voor in Nederland, evenals felle buien en periodes met langdurig regen. April was voor Huijbregts een kurkdroge maand. “Ik heb het planten van jonge stekjes uitgesteld”, zegt hij. “Anders blijf je sproeien want de kleine plantjes hebben echt water nodig.” Zondag was er eindelijk regen, maar liefst 38,4 millimeter. “Een lot uit de loterij”, zegt Huijbregts maar dit heft het tekort aan water bij hem niet op.
Hij stuurt zijn bus over een zandweg langs een smalle sloot en stopt bij een stuw. Een stukje verderop is er nog één. Links staan jonge struikjes op zijn land. “Die stuw is zes jaar geleden aangelegd door het waterschap”, zegt hij. “Wij konden als boeren en kwekers aangeven waar we een stuw wilden hebben. Soms is er te veel water en dan zet ik hem open en soms wil ik het water vasthouden en dan moet de schuif dicht.”
De stuw zegt Huijbregts is een simpele manier om het water vast te houden. “Ergens anders heb ik gewoon een plank dwars op de sloot gezet. Dat werkt ook.”
Een stuk verderop gaat het technisch niveau omhoog. Daar heeft de kweker ‘peilgestuurde drainage’ aangelegd. Het zijn buizen met gaatjes die onder de grond liggen. Drainage wordt al decennia overal toegepast om overtollig water af te voeren naar de sloot. Maar bij het peilgestuurde systeem wordt het water opgevangen in een grotere plastic buis die dwars op de drainagebuizen ligt en in verbinding staat met een regelput. Daar kan worden ingesteld of er water moet worden afgevoerd of vastgehouden.
Water vasthouden is belangrijk, maar zuinig met water omgaan ook, zegt Huijbregts. Hij laat zien dat er tussen de struikjes slangen liggen met gaatjes. Langzaam druppelt daar water uit. Niet te veel, niet te weinig. Het water dat hij nodig heeft voor de planten komt uit de grond via een aantal bronnen en een riviertje dat langs zijn percelen loopt, de Aa of weerijs.
Is het een trend, water vasthouden en zuinig met water omgaan? “Bij andere kwekers in de buurt zie ik het ook”, zegt Huijbregts. “Hier in de buurt worden wij het redelijk eens over wat er moet gebeuren, maar ik zie in andere streken ook wel boeren en kwekers tegenover elkaar staan. Dan wordt het lastiger om samen te investeren of elkaar te inspireren.”
In adviezen, zoals vorige week van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, staat al heel lang dat het verstandig is om zuinig te zijn met zoet water. Cijfers over of boeren, tuinders en kwekers vaker stuwtjes gebruiken of waterreservoirs aanleggen, zijn er niet.
Net als Huijbregts ziet grondwaterhydroloog Vince Kaandorp van Deltares dat de land- en tuinbouw meer investeert in mogelijkheden om zoet water vast te houden. “Zeker na de droge zomer van 2018 zoeken boeren naar mogelijkheden om het watergebruik te sturen en als het mogelijk is water in de winter op te vangen en te bewaren voor het groeiseizoen. Maar het is nog veel te weinig.”
Kaandorp is betrokken bij het onderzoeksproject Zoetwaterboeren naar ondergrondse wateropslag bij een akkerbouwer in het Noord-Hollandse Anna Paulowna. Net als bij Huijbregts wordt daar water verzameld via drainagebuizen. Bij dit project kan het water dat wordt opgevangen ondergronds tussen twee kleilagen worden opgeslagen. Zoet water is daar niet alleen schaars vanwege droogte, maar ook door toenemende verzilting waardoor water uit de sloot niet of nauwelijks bruikbaar is voor bevloeiing van gewassen.
De mogelijkheden om water vast te houden zijn in elke regio afhankelijk van de omstandigheden, waaronder de grondsoort, vertelt Kaandorp. Op de hoge zandgronden nemen boeren vaak eenvoudige maatregelen zoals de bouw van kleine stuwen in beken, greppels en andere kleine stroompjes. Daar is ondergrondse opslag niet mogelijk omdat het water niet wordt tegengehouden door stevige kleilagen; het loopt weg tussen de zandkorrels.
Naast de bouw van een stuw is de aanleg van een waterreservoir een optie, een grote badkuip met aan de randen een wal van zand met plastic zeil daaroverheen. “Daarmee kan je wel water opsparen maar heel veel kuub berg je niet in zo’n bufferbak”, zegt Kaandorp.
De hydroloog denkt dat bevordering van de ‘sponswerking’, van de bodem meer helpt. Daarvoor is veel organische stof, verteerde plantenresten, in de bodem nodig. Dat trekt bodemleven aan en deze diertjes maken de bodem los. Gevolg: in de poriën blijft water langer zitten. Huijbregts doet dat al. Hij volgde twintig jaar geleden een cursus bodem-biologie: “Het bodemleven, moet je met rust laten. Die bevorderen het watervasthoudend vermogen.”
